Gedeputeerde ROMMEL: De decentralisatie-uitkering is opgenomen in programma zeven. Dat laten wij altijd bij de begroting en de jaarrekening zien. Ik hoor dat bij de meicirculaire, de september- en de decembercirculaire staan die namen benoemd. Maar wat ik wil doen, is bij die begrotingswijzigingen laten zien hoe groot die bedragen zijn. Nu staan de namen daar, en dan zet ik de bedragen erbij. Bij de jaarrekening, dus de jaarstukken, waar de algemene reserve op getoetst wordt, daar zetten we het dan nog even bij totale bedrag, zodat u kunt zien: wat is de algemene reserve en wat is dan – nou ja, zoals ook JA21 zei – noem het even een soort van de vertroebeling van de decentralisatie-uitkering.
t.b.v. 15 juni 2026: toezegging afgehandeld.
Aan het gevraagde inzicht in de jaarstukken 2025 van de decentralisatie uitkeringen is uitvoering gegeven door middel van:
• De opname van de specifieke bedragen van de decentralisatie uitkeringen in de verschillenanalyse van programma 7 (pagina 187)
• De toelichting/opbouw van de algemene reserve op pagina 215 tot en met 219
• De opname in de PS-voordracht van de jaarstukken 2025, bij het onderdeel voorgestelde resultaatbestemming, om € 2,2 miljoen “extra” uitkering Decembercirculaire 2025 geoormerkt te storten in de algemene reserve
Toelichting:
De omvang van de algemene reserve is € 153,1 miljoen per 31-12-2025 (voor resultaatbestemming). Na verwerking van de beslispunten in het (ontwerp)besluit bij de jaarstukken bedraagt de stand van algemene reserve € 237,5 miljoen.
In deze stand van de algemene reserve van € 237,5 miljoen zijn ook de extra decentralisatie-uitkeringen (DU’s) met een omvang van € 2,2 miljoen verwerkt. DU’s zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en worden betrokken bij de begrotingscyclus.